Historiek
Al tijdens de late middeleeuwen hadden handelaars de gewoonte hun zakelijke conflicten te laten beslechten via een eigen, gespecialiseerde rechtbank, Bijgestaan door een rechtsgeleerde oordeelden handelaars zelf op grond van de gebruiken in de sector over de geschillen tussen collega’s. Dit systeem, dat reeds in de 15 de eeuw in vele Zuidfranse steden bestond, kende ecn groot succes. Ook de rechtbanken van sommige gilden en corporaties in de Vlaamse en Engelse steden uit de 13e en 14e eeuw, kunnen als onrechtstreekse voorlopers van onze huidige handelsrechtbanken worden beschouwd. Een Franse ordonnantie uit 1563 van Charles IX heeft de praktijk van de Zuidfranse steden geïnstitutionaliseerd consuls, gekozen door de handelaars van de stad, beslechten voortaan in heel het koninkrijk zelf hun geschillen gezien de bijzondere kennis en de praktijkervaring die daarvoor nodig was. Vandaar de benaming Tribunaux consulaires. Tijdens de Franse Revolutie heeft de Constituante, die alle gerechtelijke instellingen van het Oud Regime afschafte, uitzonderlijk deze handelsrechtbanken behouden en hun bevoegdheden zelfs uitgebreid omwille van hun degelijkheid en hun efficiënte werking.
In de Zuidelijke Nederlanden, die sinds 1795 bij de Franse Republiek waren ingelijfd, werd dit systeem dan ook ingevoerd. Op 3 Vendémiaire jaar VII (24 september 1798) verscheen een wet waarbij tien handelsrechtbanken werden opgericht in de Verenigde Departementen. In het Departement van dc Schelde, waartoe onze regio behoorde, kreeg aanvankelijk alleen Gent een aparte koophandelsrechtbank. De Rechtbank van Eerste Aanleg van Dendermonde (opgericht in 1800) werd bevoegd voor de handelsgeschillen in haar ressort. In elke handelskamer zetelden drie door de handelaars gekozen handelsrechters, bijgestaan door een beroepsjurist, de referendaris. Hun vonnissen waren voortaan vatbaar voor hoger beroep bij het Hof van Beroep.
Bij de wet van 6 oktober 1809 werd te Sint-Niklaas een autonome handelsrechtbank opgericht met jurisdictie over het hele arrondissement Dendermonde. Dit werd door Sint-Niklaas beschouwd als een compensatie voor het verlies van een rechtbank van Eerste Aanleg bij de gerechtelijke hervorming van 1800. Ook na de Belgische onafhankelijkheid in 1830 bleef de zetel in het Waasland gevestigd, niettegenstaande de protesten van Dendermonde en Aalst. Inderdaad betekende dit dat de handelaars uit die regio’s voor de beslechting van hun handelsgeschillen naar Sint-Niklaas moesten. Dit was zeer ver, kostelijk en tijdrovend, daar waar het doel van een handelsrechtbank er in bestaat om dergelijke geschillen snel, doeltreffend en goedkoop op te lossen. In de tijd dat men nog moest reizen met de diligence, dat er geen telefoon of fax bestond, lag het dan ook voor de hand dat er weinig zaken uit deze streken op de rol stonden. Van een efficiënte rechtsbedeling in handelszaken kon men dan ook moeilijk spreken. Onder impuls van de Aalsterse Kamer van Koophandel en van de handelaars uit het Dendermondse werden talrijke parlementaire tussenkomsten gedaan om een eigen handelsrechtbank te bekomen. Uiteindelijk werd op 26 juni 1858 de wet gestemd waarbij Aalst aangeduid werd als zetel van een eigen rechtbank van Koophandel. Tot het ressort van de nieuwe rechtbank behoorden de kantons Aalst, Geraardsbergen, Herzele, Ninove en Zottegen. De Rechtbank van Eerste Aanleg van Dendermonde kreeg een tweede Kamer bij met de handelsrechtelijke bevoegdheden over de kantons Dendermonde, Hamme, Wetteren, en Zele.
De Rechtbank van Koophandel van Sint-Niklaas zag, zeer tot haar ongenoegen haar ressort inkrimpen tot de gerechtelijke kantons, Beveren, Lokeren, Sint-Gillis-Waas, Sint-Niklaas en Temse.
Op 4 oktober 1858 werd de nieuwe handelsrechtbank plechtig geopend .Opmerkelijk was dat de handelsgeschillen in de districten Aalst en Sint Niklaas werden beslecht door consulaire rechters en in het district Dendermonde door beroepsmagistraten.
Op 5 juni 1897 werden te Aalst de nieuwe lokalen van de handelsrechtbank in het prestigieuze hotel Van Langenhove in de Kapellesraat plechtig ingehuldigd.
Bij de invoering van het gerechtelijk wetboek van 1967, dat in werking trad op 1 november 1970, verloor de Rechtbank van Eerste Aanleg haar bevoegdheid in Handelsgeschillen. In elk gerechtelijk arrondissement werd één handelsrechtbank opgericht. Gezien echter de regionale gevoeligheid en de oude verworvenheden werd voor het arrondissement Dendermonde een uitzondering gemaakt. De rechtbank werd opgesplitst in drie afdelingen, namelijk te Aalst, Dendermonde en Sint- Niklaas.
Vanaf 1 januari 2003 zijn deze afdelingen echter afgeschaft.
De rechtbank bestaat thans uit zeven kamers. In elk van de kamers zetelen een beroepsmagistraat en twee rechters in handelszaken. De rechters in handelszaken worden benoemd voor een termijn van vijf jaar door de koning op voorstel van de ministers van justitie, economische zaken en middenstand..

